‘Doel van dit project vanuit LiP is zoveel mogelijk kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblematiek in beeld te krijgen (jong of oud). We hebben hiervoor samenwerking gezocht met het Trimbos Instituut om het draagvlak voor de uitkomsten van het project te vergroten. LiP heeft eerst de kwaliteitscriteria in kaart gebracht, waarna het Trimbos Instituut de module ontwikkelt.’

Consultatiegroepen
Om ook de kennis van andere familie- en patiëntenorganisaties mee te nemen in de ontwikkeling van deze module, is ervoor gekozen om consultatiegroepen te vormen. LiP heeft deze groepen geïnitieerd, opgezet en begeleid. Met leden uit hun eigen achterban en leden van andere familie- en patiëntenorganisaties (Ypsilon, LSOVD (Landelijke Stichting Ouders en Verwanten Drugsverslaafden), Balans en Stichting Borderline).
‘Bijna ieder lid is ervaringsdeskundige. De leden die niet direct ervaringsdeskundige zijn, hebben al veel ervaring opgebouwd door hun activiteiten binnen de familie- en patiëntenorganisatie. In principe zijn het steeds dezelfde leden die deelnemen aan de groep, zodat de inbreng voortborduurt op voorgaande bijeenkomsten.’
Zodra een volgend stadium van de criteria of de module is bereikt, komt de consultatiegroep samen. Vooraf krijgen alle leden de stukken toegestuurd, zodat ze zich kunnen inlezen. Vervolgens komt de groep bij elkaar en bediscussiëren ze zowel de vorm als de inhoud van de stukken. De kwaliteitscriteria zijn ontwikkeld op basis van een aangepaste versie van de matrix vanuit de KIZ-methode. 
‘Deze kwaliteitscriteria zijn nu juist sterk, omdat ze input hebben gehad vanuit de verschillende familie- en patiëntenorganisaties’, vertelt Goedhart.  
Vervolgens vormen de opgestelde kwaliteitscriteria een meetinstrument voor de module. Waarin de vraag wordt gesteld: staan alle belangrijke punten vanuit de criteria in de module? Verder is de richtlijn jeugd, die het Trimbos eerder heeft ontwikkeld, uitgangspunt geweest voor de ontwikkeling van de module. Dit heeft wel tot gevolg dat het lastig blijkt om de volwassen KOPP/KVO voldoende ruimte te geven.’ 

Feedback
‘Iedere keer dat er een consultatiegroep is geweest wordt de gegeven feedback teruggekoppeld naar de werkgroep, waarin naast Trimbos en LiP ook de GGZ koepelorganisatie LPGGz en PGOsupport deelnemen. Er worden verbeterpunten en aanvullingen gegeven, die in principe worden overgenomen in de module.
Belangrijke winst is bijvoorbeeld geweest dat nu ook volwassenen, die ouders hebben met psychische of verslavingsproblemen, expliciet benoemd zullen worden in de module. Uiteindelijk zal dit ook gaan gebeuren in de verbetering van de ggz-richtlijnen.

Het Trimbos Instituut heeft aangegeven de input vanuit het familie- en patiëntenperspectief waardevol te vinden. Er zijn aanvullingen en aandachtspunten gegeven die ze anders niet te weten waren gekomen. De consultatiegroepen hebben dan ook essentiële ervaringskennis vaak vanuit een andere invalshoek. Familie- en patiëntenorganisaties worden vaak zwaar onderschat en hebben veel meer kennis in huis dan regelmatig wordt gedacht. Daarnaast geven de leden van de consultatiegroepen aan het fijn te vinden om op deze manier hun input te kunnen geven. Ook het Landelijk Platform GGz (LPGGz) is erg voorstander van patiëntenparticipatie en ik ben blij dat een onze koepel zich hiervoor hard maakt.’

Resultaat
De generieke module die ontwikkeld wordt door het Trimbos Instituut zal deel gaan uitmaken van de specifieke ggz-richtlijnen. Zo komt het bij de hulpverleners terecht die gebruik maken van deze richtlijnen. Ook de huisarts zal waarschijnlijk betrokken worden. LiP ziet dit graag gebeuren, omdat de huisarts een belangrijke taak kan hebben in het signaleren van (volwassen en jonge) kinderen met ouders met psychische en/of verslavingsproblemen. ‘Ook vanuit de consultatiegroep wordt ervoor gepleit de huisartsen te betrekken in de doelgroep. Het is op dit moment echter nog niet duidelijk of en hoe dit gedaan zal worden. Van de opgestelde module KOPP/KVO zal nog een publieksversie worden gemaakt’, geeft Goedhart aan.

Meerwaarde
‘Het is mooi om op deze manier samen te kunnen werken met verschillende organisaties. Daarnaast is dit een goede manier om je kennis te delen. Ik ben er zeker van dat je door de consultatiegroepen er meer met elkaar uithaalt dan wanneer je dit alleen zou doen. Het zou een gemiste kans zijn geweest om hier geen gebruik van te maken. Door samenwerking wordt het product alleen maar versterkt.’