Verslag van Innovative Medicines Initiative Workshop over betrekken van patiënten als partner in onderzoek

Het Europese Innovative Medicines Initiative (IMI) is een belangrijke financier voor medisch wetenschappelijk onderzoek. IMI financiert grote onderzoeksprojecten waarin meerdere partijen (tot meer dan 40) gezamenlijk een consortium vormen. Hiervoor krijgt IMI enerzijds geld van de Europese Commissie en anderzijds van de Europese Federatie voor Farmaceutische Industrie (EFPIA). De bijdragen van farmaceutische bedrijven zijn in de vorm van geld of in natura door kennis, materialen en mankracht.

Vaak worden de mensen om wie het gaat, patiënten en hun familie of mantelzorgers, niet gehoord bij het bedenken en opzetten van onderzoek. Weten onderzoekers en artsen dan precies waar ze naar moeten zoeken? Om hier aan tegemoet te komen, gaat IMI meer naar de mening van patiënten luisteren. Wat is voor hen belangrijk? Hoe kan hiermee rekening worden gehouden bij onderzoek? Waar moet onderzoek zich op richten? Hoe kan onderzoek zoveel mogelijk worden uitgevoerd naar de behoeften en wensen van patiënten en familie?

Om hier meer zicht op te krijgen heeft IMI op 28 april 2016 een workshop georganiseerd met vertegenwoordigers uit de wereld van patiënten, onderzoek, beleid en industrie. Tijdens de workshop stond het thema hoe patiënten het best betrokken kunnen worden bij medisch onderzoek, centraal. De vragen gingen over ‘waarom zouden patiënten betrokken moeten worden’, ‘hoe en wanneer moet dit gebeuren’, en ‘wat is daarvoor nodig?’. Er zijn al veel mogelijkheden om patiënten te betrekken, maar wat zijn de juiste mogelijkheden voor IMI?

Beschrijving: 

Voor de aanwezigen was wel duidelijk waarom patiënten betrokken moeten worden. Patiënten beschikken over unieke kennis over de impact van een ziekte of beperking op het dagelijks leven. Met die kennis kunnen wetenschappers meer relevant onderzoek opzetten waarvan de resultaten beter aansluiten op de alledaagse praktijk van patienten. Uit de discussie en uit recente studies bleek dat patiënten op verschillende manieren bijdragen aan beter onderzoek. Hun rol moet wel op voorhand duidelijk zijn. Voordat patienten betrokken kunnen worden, moeten wederzijdse verwachtingen helder zijn. Het gaat om samenwerking met andere partijen zoals onderzoekers, artsen, bedrijven, beleidsmakers, of ethici.

Dat kan pas lukken als er een basis is van gelijkwaardigheid, wederzijds respect en vertrouwen. Alle partijen moeten van elkaar weten wie met welk doel deelneemt, wat iemand kan bijdragen en hoe. Als aan deze voorwaarden voldaan is, dan kunnen patienten, hun organisaties en/of hun familie/mantelzorgers echt een bijdrage leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van onderzoek en zorg.

Twee sprekers presenteerden een voorbeeld van patientenparticipatie in een IMI project. In het eerste voorbeeld stond patiëntenbetrokkenheid vanaf het begin hoog in het vaandel. Dit project, U-BIOPRED (zie ook de link onderaan het artikel), onderzocht hoe verschillende soorten ernstig astma ontstaan en beter kunnen worden onderscheiden. Drie landelijke en twee Europese patiëntenorganisaties zijn partner in dit project. Patiëntvertegenwoordigers van deze organisaties zijn via een open sollicitatieprocedure opgenomen in diverse commissies. Voorafgaand aan het indienen van het verzoek om subsidiëring brachten zij belangrijke verbeteringen aan in het voorstel en na toekenning van de subsidie gaven zij advies tijdens de uitvoering om het patiëntenperspectief in het onderzoek te waarborgen. De projectpartners hebben hun bijdrage als constructief en relevant beoordeeld. 

Het tweede project, BTCure (zie ook de link onderaan het artikel), onderzocht het vroege ontstaan van reumatoïde artritis en aanknopingspunten voor een vroege behandeling daarvan. Hierbij waren initieel geen patienten betrokken. Pas na twee jaar werden patienten serieus betrokken en zijn er stappen gezet, samen met de Europese reumapatiënten-organisatie EULAR, om barrières voor samenwerking weg te nemen, o.a. door het instellen van een patientenadviesraad.

De discussies tijdens de workshop leverden volgens ons de volgende elf punten op:

  1. Patiënten (of hun organisaties of vertegenwoordigers) kunnen op diverse niveau’s actief deelnemen aan onderzoek: aan beleidsvorming en prioriteitering van thema’s voor onderzoek; aan het opzetten van onderzoek en deelnemen als gelijkwaardige partner in een consortium; of deelname als adviseur in commissies voor bijvoorbeeld ethiek, projectvoortgang of veiligheid. Hun rol moet duidelijk, echt en respectvol zijn en niet dienen als “Excuus Truus”.  Stel bij elke activiteit vast welk niveau van betrokkenheid wenselijk en haalbaar is.

  2. Patiënten kunnen een bijdrage leveren aan diverse activiteiten in een project: het beoordelen van protocollen, meet instrumenten of ethische vraagstukken vanuit patiëntenperspectief; het volgen van de voortgang en bijdragen aan het oplossen van problemen; communicatie over het project (o.a. via sociale media of bijeenkomsten) en resultaten vertalen in lekentaal en in de talen van de verschillende landen; het meehelpen schrijven van een onderzoeksvoorstel; helpen bij de werving van deelnemers aan een (klinische) studie, bijvoorbeeld door eigen ervaringsverhalen; bijdragen aan een goede analyse van de behandelrisico’s versus gezondheidswinst en toelating van een nieuw product op de Nederlandse of Europese markt (medicijn of medisch hulpmiddel of methode voor behandeling of diagnostiek). Tot slot kunnen patiënten ook meedenken over de implementatie van projectresultaten (hoe kunnen de resultaten worden gebruikt in de praktijk, of voor vervolgonderzoek). 

  3. Bij de keuze welke patiëntenorganisaties of welke patiënten betrokken moeten worden bij projecten of beleid, moet rekening worden gehouden met o.a. regionale spreiding in Europa, afkomst (ethniciteit), leeftijd en geslacht. Daarnaast mogen deze organisaties geen tegenstrijdige (financiële) belangen hebben.

  4. Patiëntenorganisaties moeten op diverse manieren ondersteund worden o.a. door: 

    a) training over hoe men kan participeren en scholing over onderwerpen zoals klinische studies, beoordeling van voorstellen, evaluatieonderzoek voor de gezondheidszorg, toelating van medische producten,  en ethiek. De Europese Patiënten Academie (EUPATI) heeft hiervoor veel informatie op de website staan. PGOsupport heeft het initiatief genomen om deze informatie te vertalen en in het Nederlands beschikbaar te maken.

    b) door financiering van patiëntenparticipatie.

    c) informatie over te verwachten of lopende subsidie mogelijkheden.

  5. Anderzijds moeten onderzoekers, zorgverleners, bedrijven en andere deelnemende partijen net zo goed training krijgen over wat patiëntenparticipatie inhoudt, waarom dit nodig is, hoe dit gezamenlijk kan worden bereikt (methodes, bijeenkomsten), en wat de verwachtingen mogen zijn. 

  6. IMI moet een adviesraad van patiënten en publiek opzetten voor strategie en beleid.

  7. Patiënten moeten betrokken worden bij het formuleren van thema’s voor subsidies, en beoordeling van projectvoorstellen. EUPATI kan hierin een belangrijke rol vervullen.

  8. Voor elke vorm van patiëntenparticipatie is een goede coordinatie nodig. Zonder goede begeleiding is de betrokkenheid gedoemd te mislukken.

  9. Stel na afloop van een project vast wat de opbrengst van de betrokkenheid van patiënten is geweest.

  10. Ook patiënten en hun organisaties hebben recht op vergoeding danwel een substantieel budget om de taken uit te voeren. Ze moeten niet worden gezien als “restpartij” of als “vrijwilligers”. 

  11. IMI en toekomstige projecten moeten meer gebruik maken van bestaande goede praktijken en niet opnieuw het wiel uitvinden. Een databank met goede praktijk voorbeelden zou hiervoor moeten worden opgesteld. Daarnaast moet er ruimte zijn voor nieuwe mogelijkheden voor inbreng van patiënten.

IMI heeft aangegeven deze adviezen mee te nemen in toekomstige activiteiten, bestuur en structuur (governance). In de herfst van 2016 wordt de mogelijkheid geboden om een subsidievoorstel bij IMI in te dienen om verder te onderzoeken hoe patiëntenbetrokkenheid het beste in praktijk gebracht kan worden.

Contact: 

Pim de Boer, HuMedSci Consultancy via wideboer@hetnet.nl
Maarten de Wit, European League Against Rheumatism (EULAR) via martinusdewit@hotmail.com

Tags: 

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.