Behoeften van zwangere vrouwen staan lang niet altijd en overal centraal

Met het project ‘Geboortezorg’ is het doel om de wensen en behoeften van zwangere vrouwen voor integrale geboortezorg in kaart te brengen. En om kwaliteitscriteria te formuleren voor de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. Kwetsbaarheid, zoals zwangerschap in sociaal-economische achterstandsituaties en zwangerschap naast een chronische aandoening of erfelijke belasting, krijgen daarbij speciale aandacht. Het Participatiekompas sprak met Rosaida Broeren, beleidsmedewerker geboortezorg en Mathijs Romme, interim beleidsmedewerker geboortezorg, beide werkzaam bij Patientenfederatie NPCF (*). 

Dit is een project van PG Werkt Samen.

Het is ons gelukt inbreng te verkrijgen van kwetsbare doelgroepen die doorgaans lastig te bereiken zijn voor onderzoek.

Op weg naar één kwaliteitskader voor de gehele geboortezorg, de Zorgstandaard Integrale geboortezorg
‘De behoeften van de zwangere en haar (ongeboren) kind staan nog niet altijd en overal centraal. Het College Perinatale Zorg (CPZ), een orgaan van en voor alle partijen uit de geboortezorg, heeft van de minister van VWS de opdracht gekregen te komen tot één kwaliteitskader voor de gehele geboortezorg, de Zorgstandaard Integrale geboortezorg. 

De zorgstandaard beschrijft de organisatie van het gehele zorgtraject, inclusief een individueel geboorteplan voor elke zwangere en afspraken tussen de betrokken beroepsgroepen over taken en verantwoordelijkheden’, start Romme het gesprek.

Bereiken van de doelgroep bleek niet eenvoudig
Vervolgens vroegen we Broeren hoe patiënten zijn betrokken in het onderzoek/project. ‘De kern van het project was het uitvoeren van een achterbanraadpleging. We hebben door middel van een online enquête, focusgroepen en 1-op-1 interviews de mening gevraagd van zwangere vrouwen en recent bevallen moeders over uiteenlopende onderwerpen die van belang zijn in de geboortezorg. 

Naast de ‘algemene doelgroep’ wilden we ook twee specifieke doelgroepen bereiken: vrouwen met medische problemen en vrouwen van niet-westerse afkomst in sociaal-economische achterstandssituaties. Dat is gelukt, maar we hebben er had ons best voor moeten doen! Met de gezamenlijke inspanning van enkele NPCF-leden, een externe vereniging (Het Ouderschap) en een kennisinstituut (Pharos) is het gelukt de doelgroep te bereiken’, aldus Rosaida Broeren.

Inbreng werd erg gewaardeerd door zorgverleners
‘Het grote succes van cliëntenparticipatie in ons project, is dat we uiteindelijk een cliëntperspectief op kwaliteit van geboortezorg hebben kunnen opstellen dat is gebaseerd op wat de doelgroep zelf wil. Het is ons gelukt inbreng te verkrijgen van kwetsbare doelgroepen die doorgaans lastig te bereiken zijn voor onderzoek. Door gebruik te maken van relevante netwerken en contacten zijn we met deze vrouwen in gesprek kunnen gaan. 

Een mooie aanvulling hierop vormde de input van zorgverleners die deze vrouwen in hun dagelijkse werk begeleiden. Ook succesvol is dat we merkten dat onze inbreng heel erg gewaardeerd wordt door de vertegenwoordigers van zorgverleners. Onze inbreng wordt dan ook meteen toegepast in de nieuwe Zorgstandaard Integrale Geboortezorg die we samen aan het schrijven zijn.’ 

Hele grote pluriformiteit binnen de doelgroep
Uiteraard was het niet alleen succes, Romme en Broeren hebben ook zeker suggesties voor verbetering, zo was het vinden van voldoende respondenten voor de digitale raadpleging een enorme uitdaging. Romme: ‘De doelgroep van ‘de zwangeren’ is een enorme groep van ongeveer 170.000 vrouwen per jaar. Binnen de doelgroep bestaat een zeer grote pluriformiteit.

Bovendien hebben we te maken met zeer veel gezonde jonge vrouwen die helemaal niet beeld zijn van de traditionele belangenbehartiging in de gezondheidszorg. Zowel bij het vinden van respondenten als bij het verwoorden van onze kwaliteitscriteria, stuitten we daardoor op problemen van de representativiteit van onze bevindingen. Ook al hebben we ons op voorhand beperkt tot twee specifieke doelgroepen naast de ‘algemene’ doelgroep.’ 

Zorg voor goede contacten met vertegenwoordigers van je onderzoekspopulatie.
Tips: 

Tot slot geven de beleidsmederwerker nog enkele tips en suggesties mee voor anderen als zij met deze vorm van patiëntenparticipatie zouden willen (mee)werken. ‘Zorg voor goede contacten met vertegenwoordigers van je onderzoekspopulatie. Zij hebben kennis hoe de doelgroep het beste kunt bereiken en welke onderzoeksvorm het beste bij hen aansluit. Zorg daarnaast voor voldoende tijd voor het werven van respondenten. Dit neemt vaak langer in beslag dan van te voren ingeschat.’ 

(*) Het project is in de eerste fase begeleid door Rosaida Broeren. Vanwege zwangerschapsverlof is de projectleiding daarna overgenomen door Mathijs Romme.

Tags: 
Contact: 

Patiëntenfederatie NPCF
npcf@npcf.nl
www.npcf.nl

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.